Diest, 17 maart 2010
Aan het College van Burgemeester en Schepenen
en aan de andere Gemeenteraadsleden van Diest
Grote Markt 1
3290 Diest
Geachte Dames en Heren,
Betreft: Verkaveling Galgenberg (fase 1 en 2) in verband met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)
Naar aanleiding van de recente herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) en in verband met onze bezwaren tegen de verkaveling van de Galgenberg, zijn we zo vrij u te wijzen op de visie en richtlijnen vermeld in het RSV alsmede in het Addendum.
Visie: zie 'Vlaanderen open en stedelijk'
Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is een wetenschappelijk onderbouwde visie over hoe we in Vlaanderen met onze schaarse ruimte moeten omgaan om een zo groot mogelijke ruimtelijke kwaliteit te krijgen. Het structuurplan stelt dat we de resterende open ruimte maximaal moeten beschermen en de steden herwaarderen zodat zij aangename plekken worden om te leven.
1 .Ons bezwaar: Schending Landschap - Inplanting woonzone
Bestaande ruimtelijke structuur
Het landschap Hageland , waarvan de Galgenberg integrerend deel uitmaakt, is een bestaande ruimtelijke structuur van open ruimte waar voor natuur structuurbepalend elementen en processen tot uiting komen*
* In het landschap vormen getuigenheuvels (Hageland,..) dominante structuren. Niet alleen door hun reliëf zijn ze structurerend, maar meestal ook door de samenstelling en aard van het substraat, de bodem en de hydrologie.
Hun ligging en expositie leidt in veel gevallen nog tot een eigen microklimaat. Om al deze redenen vertegenwoordigen ze aparte leefomstandigheden die nogal wat kunnen afwijken van het omringende gebied.(deel 1A; 2; 2.1;2.1.1; 10 de al.; p75)
Het Hageland is vermeld als een gaaf landschap van open ruimte (deel 1A; 2.1.6; 2 de al.; p96) en heeft alzo potenties *.
* Het behoud van de herkenbaarheid van de Vlaamse landschappen door versterking van de aanwezige structurerende kenmerken en componenten houdt belangrijke potenties in voor de identiteit van de streek , voor de woon- en leefomgeving, het toerisme en de recreatie. (deel 1A ;2.4.2; p120)
Gewenste ruimtelijke structuur
Uitgangshouding :
1. duurzame ontwikkeling *, gebaseerd op draagkracht en kwaliteit **
* Duurzame ontwikkeling staat niet los van de maatschappij. Ontwikkelingen in een bepaald gebied kunnen niet los worden gezien van ontwikkelingen in andere gebieden (in ruimtelijke context), noch van de maatschappelijke dynamiek (in maatschappelijke context) of van historisch gegroeide patronen en weefsels (in historische context). Duurzame ontwikkeling moet dan ook vertrekken van de bestaande structuren.(deel 2; I ;1 ; 5 de al.;p317)
** met vrijwaring van een leefbare ruimte voor de volgende generaties, zonder de aanspraken van de huidige generatie te hypothekeren.(deel 2; I . ;1 ; p318) Duurzaam gebruik van de ruimte houdt in dat rekening wordt gehouden met een grens, een maximaal toelaatbare belasting, kortom met de draagkracht . (deel 2 ; I ; 1 ; 4 de al.; p318)
2.Vlaanderen : Open en Stedelijk
3. Doelstellingen: vier doelstellingen waaronder het behoud en waar mogelijk de versterking van het buitengebied (deel 2 ; I ;1.; p 320)
Principes voor de Gewenste structuur:
gaat in tegen ongebreidelde suburbanisatie en versnippering en vermindert zo de druk op het buitengebied (deel 2 ; II ; 3 de al. ; p 323)
Het vrijwaren en versterken van open-ruimteverbindingen tussen de grotere, aaneengesloten gebieden van het buitengebied is essentieel voor de continuïteit binnen het buitengebied (deel 2 ; II ;4.; 4 de al.;p 327)
Gewenste ruimtelijke structuur - Buitengebied
Beleid : In het buitengebied is het gericht op het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het verweven van de belangrijke structurerende elementen. (deel 2 ; III.2.; 1.2 ; 2 de al. ;p382)
Doelstellingen : Het vrijwaren van het buitengebied voor de essentiële functies (deel 2 ; III.2.; 2.1.;p383) en het kenteren van suburbanisatie. (Zie Addendum – Richtinggevend en Bindend Gedeelte ;1.1.1.;1 ste al ;p 1)
Het tegengaan van de versnippering van het buitengebied (deel 2 ;III.2. ;2.2 ;p384) Het bundelen van de ontwikkeling in de kernen van het buitengebied (deel 2 ;III.2. ; 2.3. ;p384)
Wel wordt de trend naar een steeds groter aandeel aan woningbouw in het buitengebied tegengegaan..(deel 2 ;III.2. ;2.3.;p384)
Ruimtelijk kwaliteitsobjectief met betrekking tot de karakteristieke landschapselementen en -componenten : het ruimtelijk beleid draagt bij tot het behoud en de versterking van de diversiteit en herkenbaarheid van het landschap (deel 2 ;III.2.;2.5.;p386)
Afbakening : Nodig om de interne samenhang en functioneren van de natuurlijke structuur te versterken daar waar de natuurfunctie bovengeschikt is aan de andere functies en natuur als hoofdgebruiker voorkomt.
Dit betekent concreet het behoud en de versterking van:
– het niet-bebouwd karakter;
– het kenmerkend abiotisch milieu (reliëf, microreliëf en hydrografisch patroon) (deel 2 ;III.3 ;3.1.2. ;p389
Ontwikkelingsperspectieven voor nederzettingstructuur.
Gericht op het duurzaam functioneren van wonen en werken maar dit in een ondergeschikte relatie (kwantitatief en kwalitatief) tot de natuurlijke structuur en de agrarische structuur.(deel 2;III.4.;2 de al ;p404)
Trendbreuk in de verdeling van de behoefte aan bijkomende woongelegenheden:
uitdrukkelijk aandacht naar de mogelijkheden om de bestaande trends en dynamiek in de woningbouw in te zetten voor de versterking van de stedelijke structuur en het verder afremmen van de suburbanisatie in het buitengebied. (deel 2 ;III.5.; 5.2.; laatste al. ;p409)
Landschap als gegeven bij de afweging van ruimtelijke ingrepen
Uitgangspunt is het behoud en de ontwikkeling ( versterking) van de diversiteit en herkenbaarheid van de landschappen in Vlaanderen.(deel 2 ;III.6.; 6.2.; 1 ste al.;p414 ) Een gaaf landschap is er één waarvan de samenhang slechts in een beperkte mate gewijzigd is door ingrepen. Het gaat hier onder meer over het Hageland . Bij de gave landschappen staan het behoud en de versterking van de structurerende landschapselementen en -componenten voorop (deel ;III.6.; 6.2.2.; 4 de al.;p416)
Specifiek ruimtelijk kwaliteitsobjectief m.b.t. het behoud,het herstel en de ontwikkeling van de connectiviteit van de natuurlijke structuur
Vanuit de vaststelling dat de isolatie van de gebieden van de natuurlijke structuur verhoogt en de relatieve barrièrewerking van verstedelijkte zones verhoogt, wordt een bijkomend specifiek kwaliteitsobjectief geformuleerd dat gericht is op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de connectiviteit van de natuurlijke structuur.( zie Addendum – Richtinggevend en Bindend Gedeelte ; 6.3.1.; 1 ste al.;p51)
‘Sturend element’ (zie Addendum-Richtinggevend en Bindend Gedeelte ;6.3.2. ;4 de al.;p52)
Een effectief grond- en pandenbeleid voeren
Het decreet grond- en pandenbeleid stelt is gericht op een maatschappelijk gewenst en kwaliteitsvol ruimtegebruik en dat ten minste volgende doelstellingen dient, waaronder vermeld:
* het bevorderen van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling, vermeld in artikel 4 van het decreet ruimtelijke ordening ;
* het scheppen van ruimtelijke strategieën en voorzieningen die sociale cohesie bevorderen
* het terugdringen en tegengaan van grond- en pandenspeculatie ;
* een rechtvaardige verdeling van de gevolgen van bestemmingsvoorschriften, of de wijziging daarvan, over overheid, eigenaars, en gebruikers (zie Addendum- Richtinggevend en Bindend Gedeelte ; 7.1.2 ;laatste al. ;p54)
Aan dit laatst zou best worden toegevoegd: ‘en alle andere betrokkenen’
2. Ons Bezwaar : Veiligheid ,Verkeer- en lawaaioverlast- Leefbaarheid - Bereikbaarheid .
mobiliteit en locatiebeleid
De belangrijkste uitgangspunten om duurzame mobiliteit vanuit en duurzame ruimtelijke ontwikkeling te bewerkstelligen, zijn de volgende:
– het garanderen van de noodzakelijke bereikbaarheid;
– het garanderen van de beoogde leefbaarheid;
– het vergroten van de verkeersveiligheid;
– het verminderen van de automobiliteit door het verbeteren van de kwantitatieve en kwalitatieve ruimtelijke condities voor de alternatieve vervoerswijzen (= grotere multimobiliteit);
– het optimaliseren van de grotendeels bestaande infrastructuur (deel2 ; III.4.; 4.1.3.;1 ste al ;p374)
(deel 2.;III.4.; 1.3.; 1 ste al.;p471)
Het locatiebeleid moet worden uitgewerkt voor zowel personen- als voor goederenverkeer, waarbij alle vervoersmodi in aanmerking worden genomen (deel 2 ;III.4.; 4.1.3.; 4 de al ;p374)
Het afstemmen van het ruimtelijk beleid en het milieubeleid op basis van het fysisch systeem
Om sociale en milieu-hygiënische redenen moeten er stiltegebieden komen in de nog resterende relatief aaneengesloten en stille zones binnen de bebouwde perifere landschappen .(deel2 ;III.2.;2.6.;3 de al.;p386)
Behoud en verhogen van de kwaliteit van kleine kernen
Uitbreiding van de woningvoorraad mag niet uitsluitend vertaald worden in het creëren van nieuwe bouwlocaties Inrichting van de dorpscentra, versterken van het dorpssilhouet uitgaand van de (bijzondere) cultureel- maatschappelijke waarde, landschapszorg en aandacht voor rust, stilte en verkeersleefbaarheid zijn daarbij belangrijk .
(deel 2.; III.2.; 5.3.;2 de al.;p411)
Bereikbaarheid en leefbaarheid in gevaar
Problemen met verkeersleefbaarheid doen zich vooral voor daar waar het (auto)verkeer en zijn neveneffecten (zoals ruimtebeslag, milieuhinder, geluidshinder, barrièrevorming, onveiligheid, versnippering, ...) de ruimtelijke condities en kwaliteiten van het overige ruimtegebruik aantasten .(deel 2.;III.4.; 1.1 ; 3 de al.;p469)
De leefbaarheidsproblematiek concentreert zich structureel op de bestaande wegen…..en vooral binnen de bebouwde kernen en de linten .( deel 2.; III.4.; 1.1.; 4 de al.;p469)
Naast capaciteitsproblemen doen zich op de bestaande wegen problemen voor met betrekking tot onveiligheid en omgevingshinder. (deel 2 ; III.4.; 1.1. ; 4 de al.;p470)
De omgevingshinder wordt sterk bepaald door de intensiteit van het verkeer enerzijds en de densiteit van activiteiten en gebouwen, en de geringe afstand van het verkeer tot activiteiten en gebouwen langsheen de weg anderzijds.(deel 2.; III.4.;1.1.; 5 de al.;p470)
Doelstellingen mobiliteit en lijninfrastructuur
Categorisering gebaseerd op het selectief prioriteit geven aan ofwel de bereikbaarheid ofwel aan de leefbaarheid.
Door op een aantal wegen prioriteit te verlenen aan de bereikbaarheid ontstaat een patroon dat voor de omgevende ruimte verkeersontlastend werkt . (deel 2.; III.4.; 2.2.; p477)
Voor een goed functioneren van de weg is een evenwicht tussen de componenten functie, vorm/inrichting en gebruikskarakteristieken noodzakelijk.
LOKALE WEG :Hoofdfunctie:Toegang geven ; Inrichting : Weg (2x1) met gemengde verkeersafwikkeling (deel2.; III.4.; 3.1.;tabel p479)
Bij de (her)inrichting van bestaande en nieuwe wegen door het betrokken beleidsdomein mag de aandacht niet alleen gaan naar de weg, maar eveneens naar de omgevende ruimte zodat na (her)inrichting de aanwezige activiteiten en functies (landbouw, natuur, wonen, werken, ...) ruimtelijk optimaal kunnen functioneren. (deel 2.;III.4.; 3.2. ;laatste al.;p484 )
De algemene principes inzake de vormgeving en de uitrusting van de verschillende categorieën van bestaande wegen kunnen niet opgevat worden als bindende norm en moeten steeds geëvalueerd worden vanuit de bestaande historisch gegroeide structuur van de omgeving waarin deze weg gelegen is.( deel 3.Bindende bepaling;1.1.; 2 de al.;p592)
Actualisatie trends en uitdagingen inzake lijninfrastructuur
….. toenemende gevoeligheid voor verkeersleefbaarheid en de aanpak van de verkeeronveiligheid,…
( Addendum – Informatief gedeelte; 5.2.,p53 )
Beleidsmatige vaststelling en doelstelling
Een duidelijke visie op de verkeers- en vervoersstructuur vormt (daarbij) één van de bouwstenen voor de hypothese van gewenste ruimtelijke structuur. Vanuit de overlegstructuur is het (daarnaast) wenselijk dat er omtrent het voorstel tot wijziging een algemene consensus is tussen de betrokken partners(zie Addendum – Richtinggevend en Bindend Gedeelte ; 4.2.1.;laatste al.;p26)
Creëren van een breed maatschappelijk draagvlak
….betekent dat er een aanvaarding bestaat bij de betrokkenen…(deel 2.; IV.; 1.; 1 ste al.;p521)
Instrumenten hiervoor zijn een communicatieplan dat op lange termijn met de juiste producten (media, toelichtingen, ...) participatie-impulsen geeft ten opzichte van de georganiseerde en niet georganiseerde bevolking.(deel 2.; IV.;1.;3 de al;p521)
Besluit :
Uit voorgaande blijkt dat het niet wenselijk is om de unieke en gave Galgenberg te (her)verkavelen. Natuurlijk worden de huidige 10 percelen, omwille van ‘het behoud’ niet in vraag gesteld als woongebied alhoewel…’versterking’ (herstel) van het buitengebied natuur wordt aanbevolen door het RSV.
De gewenste duurzame ontwikkeling van de huidige structuur gaat in tegen ongebreidelde suburbanisatie, tegen een groter aantal woningen in het buitengebied en tegen versnippering, en vraagt versterking van de open –ruimteverbinding.
(Her)verkavelen tot 42 kavels is hiermede in strijd want:
- Er wordt door die kavels een wig gedreven in de open en gave ruimte Galgenberg
- er wordt geen rekening gehouden met het verder afremmen van de suburbanisatie
- de structurerende landschapselementen en – componenten worden niet voorop geplaatst.
(Her)verkavelen heeft een negatieve weerslag op de leefbaarheid , de verkeersveiligheid en de veiligheid in het algemeen omwille van de toename van de automobiliteit van zowel personen- als goederenvervoer. In het bijzonder zullen alleen de bewoners van de enige te enge lokale toegangsweg Galgeveldstraat ( zeker geen normale weg (2x1)), weg die zeker geen optimale bereikbaarheid tot de kavels garandeert, alle hinder en last moeten ondergaan. Gelijktijdig zal de sociale en kindvriendelijke werking van de ‘Linderakkers’ door de onveilige toestand op de straten van hun wijk zeer sterk worden gehypothekeerd.
Van een rechtvaardige verdeling van de gevolgen van de (her)verkaveling onder de betrokkenen is hier zeker geen sprake!
Daarom is er ook geen aanvaarding bij de betrokkenen . Zelfs in de wijde omgeving is er geen breed maatschappelijk draagvlak voor deze verminking van het landschap.
Waarom dit alles in gevaar brengen ?Grond- en pandenspeculatie moet toch worden tegengegaan! Meer dan 150 gezinnen hebben dan ook hun bezwaren geuit.
Mede in hun naam wordt dit schrijven aan u gericht.
Hoogachtend
Jacquart Jozef Surmont Jan Lenaers Jos
Galgeveldstraat 106 Bredestraat Galgeveldstraat 104
3293 Diest 3293 Diest 3293 Diest